Nederlands–Fries woordenboek

Friese vertaling van het Nederlandse woord braken

Nederlands → Westerlauwers Fries
  
NederlandsWesterlauwers Fries (indirect vertaald)Esperanto
(kotsen; overgeven; spugen; vomeren)
oerjaan
;
kotse
🔗 Onmiddellijk moest hij heftig braken.
refrakti
refraktiĝi
(dóórbreken; stukbreken; verbreken);
ferbrekke
;
skeine
🔗 Hij brak de stok in tweeën en gooide de stukken op het vuur.
(afbreken; knappen; stukgaan)
🔗 De deur brak in stukken.